Wie is hier opmerkelijk?

In een NOS-artikel met de kop Obama reageert op racistische video op Trump-account: ‘Er is geen schaamte meer’” werd benadrukt dat het opmerkelijk is dat een oud-president kritiek uit op een zittende president. Dat woord stond er niet toevallig. Het geeft richting aan hoe we naar de gebeurtenis zouden moeten kijken.

Maar wat is hier eigenlijk opmerkelijk?

Is het bijzonder dat iemand die jarenlang het hoogste ambt bekleedde, zich uitspreekt over de staat van het publieke debat? Of is het misschien opvallender dat er aanleiding was voor die kritiek? Door de nadruk te leggen op de boodschapper, verschuift de aandacht subtiel weg van de inhoud. Niet wat er gebeurde staat centraal, maar wie er iets van vindt. Dat is geen leugen, geen manipulatie, maar een keuze.

In elk nieuwsbericht, in elke persverklaring, in elke organisatie-update wordt voortdurend besloten waar de nadruk ligt. Gaat het verhaal over de gebeurtenis zelf, over de reactie daarop, of over de persoon die reageert? Eén woord kan daarin al richtinggevend zijn. “Opmerkelijk” suggereert afwijking van de norm. Het stuurt de lezer om de reactie als bijzonder te zien, niet noodzakelijk de aanleiding.

Dat is hoe framing werkt. Niet door feiten te veranderen, maar door accenten te verschuiven.

Taal kadert de werkelijkheid. Ze bepaalt niet alleen wat we lezen, maar ook hoe we het lezen. Wanneer de aandacht verschuift van inhoud naar boodschapper, verandert ook het gesprek. We discussiëren dan over het feit dát iemand zich uitspreekt, in plaats van over wat er wordt gezegd.

En dat mechanisme beperkt zich niet tot de politiek. Het gebeurt net zo goed in organisaties, in crisiscommunicatie, in campagnes. Een bedrijf dat zegt “we hebben te maken met uitdagingen” kiest een ander kader dan een bedrijf dat zegt “we hebben een fout gemaakt”. De feiten kunnen hetzelfde zijn. De blikrichting niet.

Daarom is aandacht geen bijzaak in communicatie, maar de kern.

Wie bepaalt wat opmerkelijk is, bepaalt ook waar het gesprek over gaat. En wie woorden kiest, kiest daarmee een wereld. Misschien is de belangrijkste vraag dus niet wat er wordt gezegd. Maar waar we onze aandacht op richten.

Want taal is nooit onschuldig. En zeker niet wanneer het gaat over racisme.

Wanneer racistische uitingen verschuiven naar de achtergrond van het verhaal, en de nadruk komt te liggen op wie er kritiek uit, verandert er iets wezenlijks. Dan wordt niet langer de inhoud van het probleem besproken, maar de dynamiek eromheen. Dat lijkt subtiel, maar het effect is groot. Wat niet centraal staat, verliest urgentie.

Racisme is geen randverschijnsel dat in een bijzin kan worden ondergebracht. Het is een fundamenteel maatschappelijk probleem dat benoemd en geduid moet worden als zodanig. Door de aandacht te verleggen naar de boodschapper, ontstaat het risico dat de ernst van de oorspronkelijke uiting vervaagt. En vervaging is de eerste stap naar normalisering.

Woorden bepalen waar het licht op valt. En waar het donker blijft. Als communicatieprofessionals, journalisten en organisaties dragen we verantwoordelijkheid voor die keuze. Niet alleen om correct te zijn, maar ook om helder te zijn over wat werkelijk opmerkelijk is.

Soms is dat niet degene die reageert. Maar datgene waarop gereageerd moet worden.

En precies daarom begint goede communicatie bij aandacht.


Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *