Wanneer iemand geen mens meer is in taal

De asielwetten stonden afgelopen week weer volop in het nieuws. In berichtgeving, politieke discussies en analyses ging het veel over ‘asielzoekers’, ‘vluchtelingen’ en ‘instroom’. Het zijn woorden die iets beschrijven, die nodig zijn om beleid en situaties te duiden. Maar ze doen ook iets anders: ze laten iets weg: het woord ‘mens’.

Dat lijkt een klein verschil. Maar taal werkt zelden op dat niveau alleen. Woorden bepalen hoe we kijken, hoe we denken en uiteindelijk ook hoe we handelen. Een ‘asielzoeker’ is een categorie of een juridische status. Het duidt aan wat iemand is binnen een systeem. Maar het zegt weinig over wie iemand is als mens. Iemand die gevlucht is voor oorlog, een ander geloof of vanwege diens seksuele oriëntatie. Het verhaal achter de asielzoeker, precies dat wat hem mens maakt.

Door woorden te kiezen die vooral functioneel zijn, verschuift de focus. Van iemand als individu, naar een nummer in de statistieken.

In communicatie worden woorden vaak gekozen om duidelijk te zijn. Om de boodschap zo snel mogelijk over te brengen. Alleen zijn duidelijkheid en volledigheid niet hetzelfde. In dit verhaal zie je het gevolg. Hier verdwijnt wat essentieel is: menselijkheid.

En dat heeft effect in de maatschappij. Niet omdat één woord alles verandert, maar omdat herhaling iets doet. We wennen aan een manier van spreken die steeds iets verder af komt te staan van de persoon om wie het gaat.

Die afstand blijft niet zonder gevolgen. Hoe abstracter iemand wordt in taal, hoe makkelijker het wordt om over diegene te praten en ook om positie in te nemen, zonder dat er een gezicht of verhaal tegenover staat. Wanneer iemand vooral een term wordt, een categorie of een nummer, wordt het ook makkelijker om afstand te houden. Om er iets van te vinden, zonder dat er een mens tegenover staat. Je ziet het terug in de manier waarop over opvanglocaties wordt gesproken, in protesten en spanningen die oplopen. In plaatsen waar de komst van mensen wordt gezien als een probleem dat moet worden tegengehouden, nog voordat er überhaupt sprake is van een ontmoeting tussen de mensen.

Ook in media en talkshows keren dezelfde termen steeds terug. Ze zijn praktisch en herkenbaar. Maar juist doordat ze zo vaak herhaald worden, vormen ze ook het frame. Een frame waarin de mens achter het woord steeds verder naar de achtergrond verdwijnt.

Wat gebeurt er als we het woord ‘mens’ weer toevoegen? Door niet alleen te spreken over ‘asielzoekers’ of ‘vluchtelingen’, maar over mensen die asiel zoeken, mensen die gevlucht zijn, mensen met een verblijfsstatus. Dan gaat het niet alleen over een categorie, maar over mensen met hun eigen verhaal, en een reden om hier te zijn. Want taal maakt een verschil in hoe we elkaar zien.


Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *