“Dan ik.”
Ik hoor het mijn moeder nog steeds zeggen als iemand weer eens “dan mij” zegt. Vrijwel automatisch volgt in mijn hoofd dan die correctie, in de stem van mijn moeder.
Mijn moeder is antropologe in Oosterse talen en culturen. Ze sprak vloeiend Turks, vertaalde boeken naar het Nederlands en gaf Turkse les. Daarnaast gaf ze jarenlang vrijwillig Nederlandse les aan Marokkaanse vrouwen, zodat zij zich meer thuis konden voelen in Nederland en zich beter konden redden in een samenleving die voor velen nog vreemd en ontoegankelijk voelde. Ook Arabisch beheerste ze. En de laatste jaren begon ze zelfs Chinees te leren, simpelweg omdat haar schoondochter Chinees is en ze oprecht geïnteresseerd bleef in de taal, de cultuur en de wereld van andere mensen.

In de buurt van Nevşehir, Turkije
Naast haar studie Oosterse talen en culturen studeerde ze ook af in Vrouwenstudies. Ze bleef zich haar hele leven verdiepen in talen, culturen en maatschappelijke vraagstukken. Mijn ouders raakten jaren geleden al betrokken bij de Palestijnse zaak en de roep om rechtvaardigheid. Nieuwsgierigheid naar andere mensen en culturen liep als een rode draad door haar leven, net als haar sterke gevoel voor rechtvaardigheid. Daarmee werd het automatisch ook onderdeel van het mijne.
Bij ons thuis kon altijd iemand blijven eten. Dat was nooit een vraag of iets waar moeilijk over werd gedaan. Er werd gewoon een extra bord neergezet aan tafel. Of er genoeg aardappelen waren geschild, leek nooit een probleem. Ook op vakantie trokken mijn ouders liever naar plekken waar weinig toeristen kwamen. Andere talen, gewoontes en culturen werden bij ons thuis niet gezien als iets bedreigends, maar juist als iets waar je nieuwsgierig naar mocht zijn.
Taal was voor mijn moeder ook nooit alleen taal. Het was een manier om contact te maken, om iemand op zijn gemak te stellen, om werelden iets dichter bij elkaar te brengen. Maar inmiddels is veel van wat ooit zo vanzelfsprekend was, dat niet meer. Mijn moeder heeft Alzheimer in een vergevorderd stadium. Dat is ook waarom dementie zo wreed voelt.
Omdat juist datgene wat iemand zo typeert langzaam begint te verdwijnen. Ze kan geen boek meer lezen, vergeet welke dag het is, en vaak wil ze naar huis, terwijl ze al thuis is. Alsof een bibliotheek heel langzaam van binnenuit leeg raakt, boek voor boek, woord voor woord. Het blijft onwerkelijk om te zien hoe iemand die zoveel talen sprak, boeken vertaalde en anderen hielp hun plek te vinden in een nieuw land, nu soms moet zoeken naar eenvoudige woorden of halverwege een zin ineens stilvalt.
En toch zijn er momenten waarop ze er ineens weer helemaal is. Als ik zoek naar een lastig woord of in een kleine correctie, dan is ze er opeens weer. Soms alleen nog als stem in mijn hoofd.

Geef een reactie